Er zijn in het leven hoogtepunten waarop een gelovige zich opeens dicht bij God voelt. Hoe kun je zulke hoogtepunten nu verbinden met het alledaagse bestaan?
Over deze vraag is veel nagedacht in de christelijke traditie. Een manier van leven waarin letterlijk alles verbonden wordt met het geloof, vind je in het kloosterbestaan. Toch laat ook juist zo’n kloosterbestaan zien hoe moeilijk het is om het gewone leven met het geloof te verbinden. Kloosterlingen stappen namelijk bewust uit het ‘gewone, wereldse’ leven om zich terug te trekken op een aparte plek met God.

Lessen
Dit neemt niet weg dat in onze tijd mensen proberen lessen te trekken uit het kloosterleven. Dergelijke lessen zijn bijvoorbeeld bewust en aandachtig leven, open omgaan met jezelf en tijdig je grenzen stellen.
In de tijd na de Reformatie werd de kracht van het geloof overduidelijk gezocht in de verbinding met het gewone leven. Wie op zondag naar de kerk ging, kreeg lessen mee voor de hele week. Door te bidden en te danken voor het eten, werd de dienst aan God heel concreet gemaakt aan de eettafel. De Bijbelse boodschap kreeg invloed op allerlei terreinen: van werken tot uitgaan, van geldbesteding tot seksualiteit, van persoonlijke keuzes tot maatschappelijke waarden.
Deze traditie, die in sommige kerken nog sterk aanwezig is, leert je veel over de tastbare invloed die geloven heeft op je dagelijkse leven. Als die verbinding er is, zul je meer van God ervaren in het gewone leven.